Vaginale verzorging na de bevalling: zo pak je het aan

Door -
Vaginale verzorging na de bevalling
Getty images.
We hoeven het je niet te vertellen: een van de grootste fysieke ongemakken na een bevalling, is een pijnlijke vagina. Wat je in die eerste dagen na de geboorte zoal mag verwachten 'down under' en hoe je die vaginale ongemakken het best verzorgt? Wij helpen je op weg.

Je vagina na de bevalling: dit kun je verwachten

Je vagina kreeg het tijdens de bevalling aanzienlijk te verduren: je baby baant zich een weg door het geboortekanaal. Dat zet heel wat druk op je vagina en zorgt ervoor dat de spieren en het weefsel aardig moeten oprekken. Hoe zwaar de ongemakken ‘down under’ precies zijn en hoe lang ze blijven aanslepen, verschilt van vrouw tot vrouw.

Veel hangt af van de bevalling zelf: hoe lang heeft je kindje erover gedaan om geboren te worden? Raakte hij of zij makkelijk door het geboortekanaal? Werd je geknipt of is er een scheurtje? Afhankelijk daarvan zal je vagina pijnlijker en meer gezwollen aanvoelen na de bevalling en zullen er meer wondjes en hechtingen nodig zijn, die achteraf moeten genezen. Lichtpuntje aan het einde van de tunnel: bij vrijwel alle vrouwen zijn alle fysieke ongemakken na vier tot zes weken weer helemaal genezen.

Vaginale ongemakken na de bevalling

Met welke vaginale ongemakken je na een bevalling zoal te maken kunt krijgen? En wat je daar dan aan doet? We zetten de belangrijkste weetjes even op een rij.

  1. KNIPJES EN SCHEURTJES 

Een geboorte is een behoorlijke beproeving voor je vagina. Doordat het hoofdje van je baby op zijn weg door het geboortekanaal aardig wat druk zet, kunnen er heel kleine wondjes of zelfs een paar scheuren (rupturen) ontstaan. In een enkel geval kan het perineum – de huid en de onderliggende weefsels tussen de vagina en de anus – zelfs volledig doorscheuren.

Om dit te voorkomen, kan de gynaecoloog er ook op voorhand al voor kiezen om een knip te zetten. Dat zou idealiter wel alleen mogen gebeuren in geval van ‘hoge nood’: als het gevaar op doorscheuren reëel is, of als je kindje dreigt vast te komen zitten in het geboortekanaal.

Wie tijdens de bevalling een scheur of knip oploopt, wordt na afloop uiteraard gehecht. De hechtingen worden meestal onderhuids gelegd, zodat er enkel een knoopje voelbaar is aan het uiteinde van de wonde. Zeker in de allereerste dagen na de bevalling kan zo’n gehechte wonde voor aardig wat pijn zorgen: om die te beperken is het belangrijk dat je de wonde goed verzorgt.

  • Spoel de wonden minstens twee maal per dag met lauw water en elke keer je naar het ‘grote toilet’ gaat.
  • Ook bij het plassen kunnen de wonden in die allereerste dagen een beetje prikken. Om het prikken tegen te gaan, kan je tijdens het plassen ook weer spoelen met een kan lauw water. Of je kan plassen onder de douche: op die manier verdun je de urine, waardoor het ook minder pijnlijk aanvoelt.
  • Zorg er ook voor dat je voldoende verlucht: zoals bij alle wonden geldt dat vochtige en afgesloten omgevingen de genezing niet bevorderen.
  • Verwissel je kraamverband daarom ook regelmatig en durf als je thuis bent ook een keer zonder ondergoed rondlopen.
  • Vermijd zeker broeken die al te veel spannen.
  • Om de pijn te verlichten kan je in die eerste dagen ook zeker je toevlucht nemen tot paracetamol: je mag maximaal gaan tot 4x 1 gram per dag.

Wie behoefte heeft aan meer pijnstilling, laat de wonde best eens nakijken door een professional.

Meer weten over ‘knippen en scheuren’ tijdens de bevalling? Lees dan ook zeker dit artikel: ‘Een knip tijdens de bevalling: alles wat je moet weten’

2. GEZWOLLEN VAGINA

In de eerste week na de bevalling zal er in en rond de wonden heel wat zwelling optreden: door de druk van de bevalling zullen er zich in je vagina heel wat bloeduitstortingen vormen. Die zijn vergelijkbaar met blauwe plekken op je huid, alleen voelen die in de gevoelige zone binnenin natuurlijk nog net dat tikje anders aan.

Daarnaast vullen de wonden zich ook met wondvocht: dat zit vol met stoffen die de genezing moeten bevorderen. Om de zwelling tegen te gaan, is het aan te raden dat je – vaak tegen de gebruikelijke adviezen in – zoveel mogelijk op een harde ondergrond zit. Anders geef je de wonden te veel ruimte om op te zwellen. Zitten op een hard oppervlak zal in eerste instantie wat vervelend aanvoelen, maar eens je zit zal dat ongemak snel verdwijnen. Om de zwelling tegen te gaan, kan je regelmatig verkoelen: bijvoorbeeld door een ice pack in je slip te steken.

3. LITTEKENWEEFSEL EN HARDE HUID 

Na de eerste week is je wonde meestal dicht en neemt de zwelling af. Helemaal genezen is ze daarom nog niet. Na zo’n vier tot zes weken zouden de hechtingen hun werk gedaan moeten hebben, en zou de wonde volledig genezen moeten zijn. De hechtingsdraadjes lossen normaal gezien vanzelf op. Enkel als het knoopje aan het uiteinde je irritatie bezorgt, kun je je gynaecoloog toch vragen het handmatig te verwijderen.

Na de zes eerste weken heeft er zich op de plek van de wonden waarschijnlijk littekenweefsel gevormd. Dat kan een beetje stug en hard aanvoelen en niet meer zo elastisch zijn als je vaginaweefsel voordien. Om de huid ook daar weer wat soepeler te maken, kan je regelmatig masseren. Dat is vooral belangrijk wanneer jij en je partner weer aan seks willen beginnen: anders zou dat wel eens voor ongemakken en pijntjes kunnen zorgen.

Wie nog veel pijn heeft of nog wat bloed verliest (van de placenta of de wondjes), wacht beter nog even met seks. Om je lichaam langzaamaan weer te laten wennen aan het idee en aan aanrakingen, kunnen jij en je partner eventueel eerst samen voelen binnenin: laat hem (of haar) meevoelen aan de littekens en masseer samen tot de huid weer wat soepeler aanvoelt.

4. VAGINALE DROOGTE NA DE BEVALLING 

Waar veel vrouwen niet van op de hoogte zijn, is dat je na de bevalling last kunt krijgen van vaginale droogte, een beetje zoals tijdens de menopauze. De droogte houdt meestal aan zolang je nog borstvoeding geeft. Hoe dat komt? Het oestrogeengehalte in je lichaam daalt drastisch na je bevalling. Tijdens de zwangerschap maakte je lichaam negen maanden lang extra veel van het hormoon aan, waardoor de slijmvliezen in je vagina meer afscheiding dan gewoonlijk produceerden. Dit om je vagina te beschermen tegen mogelijke infecties.

Na de geboorte wordt deze oestrogeenproductie plots stilgelegd, waardoor er vaginale droogte kan optreden. Bij mama’s die borstvoeding geven, daalt de oestrogeenproductie nog sterker. Denken jij en je partner weer aan vrijen? Vergeet dan ook zeker het glijmiddel niet.

5. LOCHIA: VAGINALE AFSCHEIDING EN BLOED

Hoewel de slijmvliezen in je vagina na de bevalling dus net minder vocht zullen produceren, verliezen de meeste vrouwen in de eerste zes weken na hun bevalling lochia: dat is bloedverlies van de wonde die ontstaat nadat de placenta loslaat in de baarmoeder. Op diezelfde plek wordt op dat moment het baarmoederslijmvlies afgestoten: dat slijmvlies zorgde er negen maanden lang voor dat je baby zich goed kon innestelen, maar wordt na de bevalling overbodig. Daarom stoot je lichaam het af.

Die twee dingen zorgen ervoor dat je in de eerste weken na de geboorte nog regelmatig bloed zal verliezen. De eerste paar dagen kan dat een aanzienlijke hoeveelheid zijn: het bloed ziet vaak helder- tot dieprood en heeft veel weg van menstruatiebloed. Vanaf de vijfde dag tot ongeveer zes weken wordt het verlies dunner en meer bruinachtig van kleur. Na ongeveer zes weken zijn de meeste vrouwen ervan af.

6. VAGINALE VERKLEURING EN GEURTJES 

Na de bevalling kan de kleur van je vagina iets donkerder uitvallen dan je gewoon bent: ook dat heeft met de druk te maken waaronder die kwam te staan toen je baby z’n weg naar buiten baande. Geen zorgen: na een paar weken ebt het donkerrood tot paarsige weer weg.

Daarnaast kan het bloedverlies en de lochia-afscheiding voor een geur zorgen die je niet gewoon bent. Begint de afscheiding echt onaangenaam te ruiken, dan is dat misschien echter wel een teken dat er iets mis is. Potentieel liep je in of rond de baarmoeder een infectie op of bleef er een deel van de placenta achter in de baarmoeder. Neem in dat geval contact op met je gynaecoloog of vraag raad aan je vroedvrouw.

7. URINEVERLIES EN EEN VERSLAPTE BEKKENBODEM 

Een laatste ongemakje waar vrouwen zich op voorhand al eens zorgen over durven maken, is over het uitrekken van hun vagina. Het klopt dat die na een eerste bevalling waarschijnlijk nooit meer even hard terug samenkrimpt als daarvoor. Een heel groot verschil zal er echter niet zijn en hinder ondervinden de meeste vrouwen daar niet van, ook niet op seksueel vlak trouwens. Het enige dat zou kunnen veranderen, is dat je voortaan naar een grotere maat tampons zult moeten grijpen in de supermarkt.

Een groter ongemak is het wanneer je na je bevalling te maken krijgt met urineverlies of zelfs met een minder goed werkende sluitspier: dat kan omdat de spieren in je bekkenbodem tijdens de bevalling aardig werden opgerekt. Bovendien zorgt de toevoer van hormonen er ook tijdens de zwangerschap al voor dat de spieren en het weefsel in die bekkenbodemregio aardig verslappen. Dat is om de bevalling te vergemakkelijken. Uiteraard handig op het moment zelf, daarna minder.

Om al je spieren opnieuw sterk genoeg te maken om hun functies te vervullen, kan het nodig zijn je bekkenbodem te trainen. Daarvoor bestaan specifieke postnatale kine-trajecten. Maar je kunt ook thuis zelf al een aantal spierversterkende oefeningen voor je bekkenbodem doen.

Meer lezen over ongemakken na de bevalling:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

 

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here