Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Slaaptips van de expert: “Nadat mijn man en ik vier dagen zonder onze peuterdochter weggingen, wil ze niet meer in haar eigen bedje slapen

Getty Images
Te weinig slaap: het moet een van de meest besproken onderwerpen zijn onder mama’s. Want de redenen waarom kinderen, van piepklein tot iets groter, ons ’s nachts uit onze slaap houden, zijn talrijk. Omdat die gebroken nachten best wel een impact hebben, beantwoordt kinderslaapcoach Karen Claes elke maand een vraag van een lezeres.

Deze week beantwoordt Karen de vraag van mama Marieke

“Onze dochter is nu achttien maanden en sliep tot voor kort redelijk goed. Al van toen ze vier maanden was, kon ze zelf in slaap vallen en ze slaapt ook sindsdien op haar eigen kamer omdat we merkten dat ze absolute stilte nodig heeft om in slaap te vallen. Maar nu zijn mijn man en ik voor het eerst een paar nachtjes met ons twee weggeweest. En we merken aan haar dat dat moeilijk is.

Ze zit vaker op mijn schoot, al vind ik dat helemaal niet erg. Maar ’s nachts is het moeilijk. We leggen haar rond 20 uur in bed, maar ze valt maar niet in slaap. Het is een gevecht dat we vaak om half elf staken, waarna we haar bij ons in de kamer in een reisbedje leggen. Resultaat: niemand slaapt goed, want ze begint wat te zingen en te spelen en bovendien is ze veel te vroeg wakker, waardoor ze doorheen de dag doodmoe is.”

Slaapomgeving aanpassen

Karen: “Het is heel mooi om te lezen hoe jullie de slaapomgeving hebben aangepast aan de noden van jullie dochtertje, al sinds ze zo klein was. Voor veel baby’s en kindjes werkt samen slapen perfect, maar voor anderen is het moeilijker. Zij worden wakker van kleine geluiden, zoals mama of papa die zich omdraait in bed.

Het veiligheidsadvies voor slaap luidt nog altijd dat baby’s tot zes maanden en liefst tot één jaar best bij jou op de kamer slapen. Helaas werkt dat niet in elk gezin, zoals bij jullie. Zorg dan wel dat ze op een veilig manier kan slapen, met voldoende toezicht.”

Verbinding nodig voor een goede nachtrust

Karen: “Het zal voor je dochter zeker spannend geweest zijn toen mama en papa voor het eerst een aantal nachten weg waren. Kinderen begrijpen al veel en weten goed wat er elke dag gebeurt. Loopt dat totaal anders, dan moet je dochter daaraan wennen.

Om een goede nachtrust te hebben, is het sleutelwoord verbinding. Ik vergelijk het met een emmertje: ’s ochtends staat ze op met een leeg emmertje en tegen de avond is het belangrijk dat dat emmertje gevuld raakt met aandacht en verbinding. Want slapen is een spannend overgangsmoment voor veel kindjes. De overgang gaat van 100% verbinding met mama en papa doorheen de dag, naar iets totaal anders: helemaal alleen in bed.

Op bepaalde leeftijden speelt dat mee en dan helpt het om wat langer bij hen in de kamer te blijven. Merk je dat ze het na die paar dagen moeilijker heeft om in te slapen, dan is het prima om wat meer nabijheid te bieden. Alles is beter dan een hele strijd rond bedtijd.

Bedenk wel goed hoe je dit vorm wilt geven. Wat wil je doen? Wat niet? Waar ligt jullie grens? Wat vind je partner?”

Slaapregressie rond achttien maanden

Karen: “Deze moeilijkere slaapperiode kan mogelijk ook helemaal niet gelinkt zijn aan jullie korte reis. Rond achttien maanden gaan veel kinderen door een moeilijkere slaapperiode of slaapregressie. Anderen noemen deze periode een slaapprogressie, omdat je kindje op zo’n moment net erg veel vooruitgang maakt in haar ontwikkeling.

Dit is wat er gebeurt:

  • De meeste kindjes maken rond deze leeftijd de overgang van twee naar één dutje. Typische symptomen zijn: midden in de nacht huilend, krijsend of roepend wakker worden en langere periodes ’s nachts wakker zijn. Ook dat ene dutje overdag kan een strijd worden, net als de bedtijd ’s avonds. Alles wat je normaal gezien helpt om je kind te troosten en te kalmeren lijkt nu niet te werken.
  • Rond die leeftijd breidt je kind haar taal uit en wordt ze onafhankelijker in spel, beweging en bij het eten. Samen met die grotere onafhankelijkheid groeit haar eigen willetje. Een driftbui overdag of bij het slapengaan zijn typische kenmerken van deze slaapregressie.”

Waarom is dit plots wel een probleem?

Karen: “Je vraagt je misschien af waar dit probleem in godsnaam vandaan komt. De ene ontwikkelingsfase is helaas moeilijker dan de andere. Misschien zag je bij elke voorafgaande mijlpaal geen effect op de slaap, tot nu. Andere kindjes slapen dan weer slechter bij elke nieuwe mijlpaal.

Onthoud dat die fase van slaapregressie voorbijgaat. Merk je dat je kindje je wat meer nodig heeft, dan is het prima om daaraan tegemoet te komen. Maar respecteer je eigen grenzen. Wees daarnaast niet bang dat je hierdoor slechte gewoontes installeert. Op deze manier zullen geen slaapassociaties ontstaan waar je nooit meer van afraakt. Heel vaak heeft je kindje wat meer hulp en nabijheid nodig. Je zult merken dat ze vanzelf rustiger wordt en dat je deze ondersteuning kunt afbouwen.”

Heb je een vraag voor de slaapcoach?

Dan is dit jouw kans. Bezorg ons je vraag hieronder en dan leggen wij ze aan onze expert voor.

Nog meer slaapadvies?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Meer slaaptips van de expert?