Identiteit bij tweelingen: zo ontwikkelen ze hun eigen ‘ik’

Door -
Identiteit bij tweelingen
Al van in de buik zijn tweelingen altijd samen: ze voelen elkaars aanwezigheid en ontwikkelen daardoor een sterk 'wij'-gevoel. Toch hebben ze ook hun eigen aparte en unieke identiteit, net zoals eenlingen. Hoe dat proces verloopt en hoe je het als ouder kunt stimuleren? We vroegen het aan ontwikkelingspsychologe en tweelingdeskundige Coks Feenstra.

Tweelingen: een dubbele identiteit

Al van in moeders buik zijn tweelingen altijd samen: ze voelen prenataal de aanwezigheid van hun broer- of zuslief, liggen tegen elkaar aan en durven blijkbaar zelfs al eens vechten voor de beste positie. Ook na de geboorte zijn tweelingen bijna permanent samen. Dat tweelingen naast een eigen unieke identiteit ook nog een tweede tweeling-identiteit ontwikkelen, is dan ook niet verwonderlijk.

In de allereerste fase van hun leven is de tweeling-identiteit zelfs sterker dan de individuele, want ze zijn altijd al met twee geweest en worden door veel mensen ook altijd als een eenheid benaderd.

Rond het eerste à tweede levensjaar, net als bij eenlingen, begint de bewustwording van het eigen ‘ik’ bij tweelingen. Dan gaat een kind z’n eigen beeld in de spiegel opmerken als ‘zijn persoon’ en niet meer denken dat hij naar een ander kind aan het kijken is en gaan ze ook het principe van hun eigen naam leren begrijpen. Coks Feenstra: “Kinderen leren op dat moment dat ze geen deel vormen van hun moeder. Ze ontdekken dat ze op zichzelf bestaan en dat ze een ‘aparte persoon’ in deze wereld vormen. Het zogenaamde separatie-individuatie proces.”

Van ‘wij’ naar ‘ik’

Coks: “Bij tweelingkinderen verloopt dat proces iets ingewikkelder dan bij eenlingen: een tweelingkind moet immers niet alleen leren begrijpen dat het niet een deel is van mama, maar ook dat het geen deel is van zijn co-twin. Daardoor doorloopt een tweelingkind eigenlijk een dubbel separatie-individuatie-proces. Want een tweelingkind heeft al een ‘wij-gevoel’ vanuit die prenatale periode, en ontwikkelt op basis daarvan in eerste instantie een tweeling-identiteit. Vanuit die identiteit samen en vanuit dat wij-gevoel, moeten tweelingkinderen uiteindelijk elk afzonderlijk nog tot een ik-gevoel en een aparte identiteit komen.

Goed om te weten: “Ook die aparte identiteit zullen ze anders beleven dan eenlingen zoals jij en ik, want ook in hun ik-identiteit blijft hun tweelingbroer of -zus immers altijd voor een stukje verweven.

EEN VOORBEELD:

Besluit een helft van een tweeling om op z’n 18de naar het buitenland te trekken, dan zal hij of zij dat besluit altijd nemen met de reactie van broer of zus ergens in het achterhoofd en zich afvragen: hoe zal het zijn voor mijn tweelingbroer of -zus dat ik naar het buitenland trek? Is dat lastig voor hem/haar?

Een tweelingkind vertelde me dat ze een speciale term bedacht had voor de individualiteit van de tweelingpersoon om die te onderscheiden van de individualiteit van een eenling: de twin individuality. Wél een uniek en individueel persoon, maar toch altijd nog met dat stukje ‘broer of ‘zus’ ergens in zichzelf en z’n beleving van de wereld verweven.”

Loskomen van de tweeling-identiteit

Hoe makkelijk of moeilijk het voor kinderen is om los te komen van de gezamenlijke tweelingidentiteit, hangt voor een deeltje af van het karakter van je tweelingkinderen, maar vaak ook van het type tweeling dat ze vormen.

Coks Feenstra: “We moeten daar een onderscheid maken tussen de verschillende tweelinggroepen:

  • de eeneiigen (twee meisjes of twee jongens)
  • de twee-eiigen van hetzelfde geslacht (twee meisjes of twee jongens, maar van aparte eitjes en aparte zaadcellen)
  • de twee-eiigen van verschillend geslacht (een jongen en een meisje, beide ontstaan uit de bevruchting van een aparte eicel)

TWEE-EIIGE TWEELING VAN VERSCHILLEND GESLACHT

“Deze laatste groep, dus de jongen-meisje tweeling, heeft het minste problemen met het vinden van hun eigen identiteit. Waarom is dat zo?

  • Ten eerste helpt het feit dat beide delen van de tweeling een ander geslacht hebben al voor een duidelijke individuele beleving van zichzelf.
  • Omdat een twee-eiige tweeling bovendien genetisch maar zoveel aan elkaar verwant is als andere broers en zussen dat zijn, lijken ze vaak niet zo hard op elkaar, waardoor ook niemand hen met elkaar verwart.
  • Bovendien zorgt het sekse-verschil er vaak voor dat ze andere interesses hebben, een erg verschillende ontwikkeling doorlopen en er een andere lichaamsbouw op nahouden. Deze tweelingkinderen weten vaak al erg jong (zo rond hun derde jaar), dat de één een meisje is en de ander een jongen.”

EENEIIGE TWEELINGEN: ZOEKEN NAAR UNICITEIT

Coks: “Voor eeneiige tweelingen is het vinden van een eigen identiteit vaak het lastigst. De redenen hiervoor?

  • Ze lijken heel erg op elkaar, waardoor veel mensen hen vaak verwisselen,
  • daarnaast is hun onderlinge band vaak ook veel hechter dan die van twee-eiige tweelingen. Om als persoon een eigen identiteit te kunnen ontwikkelen, heb je echter een bepaalde mate van afstand nodig: denk maar aan pubers die zich tijdens hun vroege tienerjaren afzetten tegen hun ouders. Voor tweelingen wil dat zeggen dat ze op bepaalde momenten in hun leven meer afstand zullen moeten nemen van hun broer of zus: zowel fysiek als emotioneel. Dit om voldoende ruimte te hebben om zichzelf te kunnen ontplooien.”

Het vinden van die autonomie vanuit een staat van co-dependency is dus voor veel tweelingen zeker niet altijd makkelijk.

“Sommige tweelingkinderen hebben daar dan ook hulp bij nodig, in de vorm van therapie of coaching, liefst van iemand die de tweelingen-problematiek kent en begrijpt.”

TWEE-EIIGE TWEELING VAN HETZELFDE GESLACHT (MEISJES)

Ook voor twee-eiigen van het vrouwelijke geslacht – dus twee meisjes – is het lastig om hun eigen identiteit te vinden. Meisjes (vrouwen) maken immers hechtere relaties met elkaar op emotioneel vlak dan jongens. Daardoor kunnen tweelingmeisjes, ook al zijn ze twee-eiig, zo nauw met elkaar verbonden zijn, dat het vinden van hun eigen ‘ik’ enorm moeilijk is.

Een eigen ‘ik’ ontwikkelen: hoe kunnen ouders helpen?

Naast het inschakelen van een expert bij lastige momenten, is het natuurlijk ook belangrijk dat ouders het dubbele losmakingsproces van hun tweeling begrijpen. Want: als ze weten hoe het proces in elkaar zit, kunnen ze hun kinderen daar ook beter bij helpen.”

Hoe ouders de ontwikkeling van een eigen identiteit bij hun tweeling kunnen stimuleren?

3x tips voor ouders

  1. BRENG TIJD DOOR MET ELK KIND AFZONDERLIJK

Coks Feenstra: “Al van jongs af aan je kind één-op-één-aandacht geven is van groot belang. Waarom is dat zo?

  • Op die manier versterk je als ouder de band met je kind en ga je je kinderen – elk apart – ook beter leren kennen. Tweelingen reageren heel sterk op elkaar. Ben je alleen met één van de twee? Dan heb je vaak een ‘ander’ kind.
  • Je gaat je kind beter begrijpen. En je kunt zijn/haar emoties ook weer beter spiegelen, en teruggeven wat hij of zij voelt en ervaart, waardoor het kind z’n eigen emoties dan weer beter zal leren herkennen en zichzelf beter zal begrijpen.
  • Daarnaast helpt de individuele aandacht ook bij de taalontwikkeling die bij tweelingen meestal langzamer verloopt, net omdat ze zo hard aan elkaar hangen.
  • Je zult ook meer de verschillen tussen je tweelingkinderen opmerken, in plaats van de gelijkenissen. Inzoomen op die verschillen kan je tweelingkinderen dan weer helpen om hun aparte identiteit te ontwikkelen.”

2. VOED TWEELINGKINDEREN NIET ‘GELIJK’ OP

Coks Feenstra: “Hoewel veel tweelingen uiterlijk natuurlijk erg op elkaar lijken en ze ook nog eens in exact dezelfde omstandigheden groot worden, is het toch belangrijk elk kind individueel te benaderen. Gelijke opvoeding is dan ook geen goed idee. Het is, naast onmogelijk, ook nefast voor de individuele ontwikkeling van de kinderen.

Bovendien is het ene kind nu eenmaal anders dan het andere en heeft een andere aanpak nodig.

EEN VOORBEELD:

Is je ene tweelingkind een echte buitenspeler die altijd valt en z’n kleren stukmaakt? Dan koop je voor dat kind meer broeken. Is de andere daarentegen veel liever creatief bezig met tekenen? Dan krijgt die van jou meer papier en tekenmateriaal. Zo simpel is het. En zo gaat het ook met opvoeden. Je kunt zulke verschillen bovendien ook al heel jong aan je tweeling zelf uitleggen: Het leven is niet eerlijk, de ene heeft dit talent, de andere iets anders. De ene leert makkelijk, de andere moet zich meer inspannen.

Beseffen dat er naast de gelijkenissen ook grote verschillen tussen hen beiden zijn, kan hen helpen om zichzelf van de ander te onderscheiden en een duidelijke eigen identiteit op te bouwen.”

3. EEN TWEELING OPVOEDEN: EEN PLUS EEN IS… DRIE

Coks Feenstra: “Op vlak van talenten hebben tweelingen onderling de neiging om zich met elkaar te vergelijken. Die vergelijkingsdrang kan uitmonden in jaloezie of wedijver, maar evengoed in loyaliteit naar elkaar toe. Probeer je als ouder van een tweeling dan ook in te lezen, want tenzij je zelf deel van een tweeling bent, moeten bijna alle ouders de specifieke levensvragen die tweelingen op hun pad tegenkomen, leren inzien en doorgronden.

Een tweeling opvoeden is dan ook echt iets anders dan een eenling opvoeden. Het is ingewikkelder en vraagt simpelweg ook om andere skills. Toch genieten de meeste ouders er ook enorm van: velen vinden het een mooie ervaring die hun leven enorm verrijkt. Na die eerste vermoeiende jaren dan toch.”

Meer weten over het opvoeden van tweelingen of over de worstelingen en levensvragen waar tweelingkinderen mee geconfronteerd worden? Neem dan zeker een kijkje in Het grote tweelingenboek (€ 29,95 – Ad. Donker) van Coks Feenstra. 

Meer lezen over opvoeden en identiteit:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here