Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© iStock

Onderzoek: ‘Baby op slaapkamer ouders laten slapen is positief voor ontwikkeling’

Wanneer een baby mee in de slaapkamer van zijn ouders slaapt, zou dat een positief effect hebben op zijn slaapkwaliteit en sociaal gedrag op latere leeftijd. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Roseriet Beijers.

Zowel Kind & Gezin als de WHO raden aan om baby’s tot en met 6 maanden (en bij voorkeur tot 1 jaar) in dezelfde ruimte als zijn ouders te laten slapen, ook ’s nachts. Dit om je kindje beter in de gaten te kunnen houden. Ook in Nederland wordt “room-sharing” of “co-sleeping” aangeraden omdat het de kans op wiegendood zou halveren.

Wordt je kind dan niet te afhankelijk?

Over het al dan niet samen slapen met je kind wordt al jaren gediscussieerd en gespeculeerd. Veel ouders zijn bang om hun kind bij hen te laten slapen, omdat ze schrik hebben dat het later te afhankelijk zou worden en dat het niet meer zonder hen in slaap zou kunnen vallen. Anderen denken net het tegenovergestelde: dat samen slapen alleen maar positief is voor de ontwikkeling van het kind.

Eerste onderzoek naar verband tussen slaapplaats en ontwikkeling

Tot nu bestond geen onderzoek waarbij er gezocht werd naar een verband tussen de slaapplek van de baby en de gevolgen voor de ontwikkeling op lange termijn. Ontwikkelingspsycholoog Roseriet Beijers van de Nederlandse Radboud Universiteit heeft dat nu wel gedaan, in samenwerking met de University of Maryland.

Voor de studie werd gekeken naar de slaapplaats van een baby in het eerste half jaar en werden de kinderen opgevolgd tot ze zes of acht jaar waren. Het onderzoek werd uitgevoerd bij zo’n 200 baby’s en hun ouders. De ouders moesten dagelijks een slaapdagboek bijhouden tijdens de eerste zes levensmaanden van hun baby zodat de onderzoekers konden berekenen hoeveel weken de baby’s bij de ouders op de kamer sliepen.

Daarna werden de kinderen opgevolgd tot ze zes tot acht jaar oud waren. Tot die tijd moesten niet alleen de moeders, maar ook de leraren rapportages maken van het gedrag van de kinderen en werd het gedrag van de kinderen geobserveerd. Zo konden de onderzoekers kijken naar slaapproblemen, gedragsproblemen als angst en agressie, maar ook naar zogenaamd pro-sociaal gedrag: de behulpzaamheid voor anderen, bijvoorbeeld het troosten van een ander kind dat gevallen is.

Positieve gevolgen op lange termijn

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat samen slapen niet gerelateerd is aan slaap- of gedragsproblemen als de kinderen tussen de zes en acht jaar zijn. “Hoewel speculaties bestaan dat room-sharing vroeg in het leven allerlei slaap- en gedragsproblemen in de hand werkt, komen er geen aanwijzingen naar voren uit dit onderzoek dat room-sharing in de eerste zes maanden negatieve effecten heeft op het kind”, zo zegt Beijers.

Daarnaast lijken er uit het onderzoek ook aanwijzingen te komen dat wanneer een kind al vroeg in zijn leven in dezelfde ruimte slaapt als zijn ouders, dit een positief effect heeft op de slaapkwaliteit en het pro-sociaal gedrag op latere leeftijd. Om daar definitieve uitspraken over te kunnen doen, is er volgens Beijers echter meer en ander onderzoek nodig. In elk geval zijn er geen aanwijzingen om aan te nemen dat er negatieve effecten zijn, en het blijft hoe dan ook een feit dat het risico op wiegendood bijna halveert als de baby de eerste 6 maanden van zijn leven in een eigen wiegje in de kamer van de ouders slaapt.

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief (onderaan de homepage) om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!